Gaudens Gaudebo

De Onbevlekte Ontvangenis van Maria is een dogma van de Katholieke Kerk dat met een hoogfeest gevierd wordt op 8 december, negen maanden voor het feest van de geboorte van Maria op 8 september. Het dogma bevestigt de bijzondere status van Maria door te stellen dat zij verwekt werd en ter wereld kwam zonder met de erfzonde te zijn bevlekt. Zij werd met een onbevlekte ziel ontvangen in de schoot van haar moeder, volgens de traditie Anna. Op haar ziel werd door God reeds tevoren de zuiverende werking van de toekomstige verlossing door haar Zoon Jezus Christus toegepast. Volgens de katholieke geloofsleer bracht de bijzondere uitverkiezing van Maria met zich mee dat zij de enige mens in heel de geschiedenis is wier ziel nooit met enige zonde bevlekt geweest is, zelfs dus niet met de erfzonde. Het Introïtus is het eerste deel van het proprium van de mis. Het is een antifonaal gezang, dat wil zeggen, een gezang (in dit geval een psalm), met een terugkerend refrein (vaak uit dezelfde psalm). De introïtus werd geïntroduceerd door Paus

Celestinus I als een gezang bij de intrede van de priester.

Het geeft vaak een verwarring met het Magnificat. Het Magnificat verwijst naar het eerste woord van de Lofzang van Maria, ‘Mijn ziel maakt groot de Heer’ (Bijbelboek Lucas 1:46-55). Vormt met de Lofzang van Zacharias (Lucas 1:68-79), en de Lofzang van Simeon (Lucas 2:29-32) de drie nieuwtestamentische lofzangen. Ze horen tot het hart van de christelijke eredienst.

1. Gaudens Gaudebo

Introïtus
Gaudens gaudebo in Domino et exsultabit anima mea in Deo meo. Quia induit me vestimentis salutis et indumento justitiæ circumdabit me, quasi sponsam ornatam monilibus suis. Exaltabo te, Domine, quoniam suscepisti me:
nec delectasti inimicos meos super me
Gloria Patri. etc.

Stralend van vreugde zal ik jubelen voor de Heer en mijn ziel zal juichen omwille van mijn God. Hij heeft me bekleed met zijn Heil. Hij heeft een mantel van gerechtigheid om mijn schouders gelegd, als zijn bruid heeft Hij met sieraden getooid.
U zal ik verheerlijken, Heer, want Gij hebt
mij opgenomen. Gij liet niet toe dat mijn
vijanden met mij de spot dreven.
Eer aan de Vader. enz.